Rechtbank Overijssel 30 oktober 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:4382

Een appartementseigenaar verzoekt de kantonrechter twee besluiten van het bestuur van de VvE te vernietigen op grond van artikel 5:130 BW: (1) een bestuursbesluit om geen specificatie van personeelskosten te verstrekken en (2) een vergaderingsbesluit om de bestaande dienstverlening te handhaven. De kantonrechter wijst beide verzoeken af, omdat de bestreden besluiten geen rechtsgevolg hebben daarom niet aan te merken als besluiten in de zin van artikel 2:15 BW.

De feiten

In de VvE zijn de eigenaars van 84 appartementen en 21 garageboxen verenigd. Het splitsingsreglement is bij de omzetting gebaseerd op het Modelreglement 2006 (hierna ‘MR2006’).

In de begroting van de VvE over 2018 is een bedrag van in totaal € 132.625 aan personeelskosten opgenomen. De eigenaar meent dat dit bedrag te hoog is. Op 23 april 2018 schrijft hij het bestuur met het verzoek op de agenda van de komende vergadering een punt op te nemen over een specificatie en uitsplitsing van de uren voor algemene hulp en individuele hulp van de huishoudelijke medewerkers. Diezelfde dag verzoekt hij de penningmeester schriftelijk een specificatie en onderbouwing van de kosten voor huishoudelijke hulpen, de huismeester, de administratief baliemedewerkster en de medewerkster bestuurlijke ondersteuning te verstrekken.

Op 1 mei 2018 besluit het bestuur tijdens een bestuursvergadering geen apart agendapunt aan het verzoek van de eigenaar te wijden, omdat dat verzoek al in de vergadering van eigenaars van 11 mei 2017 aan de orde was geweest. Tevens besluit het bestuur geen nadere specificatie van kosten en uren op te stellen. Dit besluit wordt bij brief van 3 mei 2018 aan de eigenaar medegedeeld.

Op de vergadering van eigenaars van 17 mei 2018 wordt bij handopsteking met een grote meerderheid besloten de huidige service te handhaven en het bestuur geen opdracht te geven om offertes bij derden op te vragen.

De eigenaar dient vervolgens twee verzoekschriften in bij de kantonrechter: het eerste (zaaknummer 18-77) strekt tot vernietiging van het bestuursbesluit van 1 mei 2018, het tweede (zaaknummer 18-89) tot vernietiging van het vergaderingsbesluit van 17 mei 2018.

De kwalificatie als besluit in de zin van artikel 2:15 BW

De VvE stelt in haar verweer dat de bestreden besluiten niet als besluiten in de zin van de artikelen 2:14 en 2:15 BW kunnen worden aangemerkt, omdat zij geen rechtsgevolg hebben. De eigenaar betwist dit en betoogt dat de leden van een VvE recht hebben op inzage in de stukken met betrekking tot de exploitatie van het gebouw, nu zij voor die kosten worden aangeslagen. De loonkosten zijn volgens hem disproportioneel hoog en uit eigen ingewonnen offertes blijkt dat aanzienlijk op de personeelskosten kan worden bespaard. Het besluit om geen specificatie te verstrekken is daarom in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Hetzelfde geldt voor het besluit van de vergadering om de bestaande service voort te zetten, nu daarmee willens en wetens onnodige kosten worden gemaakt.

De kantonrechter stelt voorop dat de vernietigingsbevoegdheid van artikel 5:130 lid 1 BW via de schakel van artikel 5:124 lid 2 BW verwijst naar artikel 2:15 BW. Dat artikel is geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken: een handeling gericht op het tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg. Van een besluit in de zin van artikel 2:15 BW kan volgens de kantonrechter slechts worden gesproken indien de beslissing rechtsgevolgen voor de rechtspersoon heeft (r.o. 4.3).[1]

Het bestuursbesluit van 1 mei 2018 om geen specificatie van de personeelskosten te verstrekken, wijzigt de juridische situatie van de VvE niet. Er komt door dit besluit geen rechtsbetrekking tot stand, en een bestaande rechtsbetrekking wordt er niet door gewijzigd of tenietgedaan, aldus de kantonrechter.

Voor het vergaderingsbesluit van 17 mei 2018 geldt hetzelfde. Met dat besluit is in feite besloten de bestaande situatie voort te zetten en de eerder door de algemene vergadering genomen besluiten te handhaven. Ook dit besluit is niet gericht op het tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg. De kantonrechter merkt in dat verband op dat de vernietiging van die besluiten de eigenaar feitelijk ook niets zou opleveren: de vernietiging zou er immers niet toe leiden dat het serviceniveau wél wordt gewijzigd of dat er wél offertes bij derden worden opgevraagd.

Nu beide besluiten geen rechtsgevolgen hebben voor de VvE, zijn zij niet aan te merken als besluiten in de zin van artikel 2:15 BW. De verzoeken tot vernietiging op grond van artikel 5:130 lid 1 BW missen daarmee een wettelijke grondslag en worden afgewezen.

Wenk

Artikel 5:130 lid 1 BW biedt appartementseigenaars de mogelijkheid besluiten van de vergadering van eigenaars te laten vernietigen. Die bevoegdheid verwijst echter via artikel 5:124 lid 2 BW naar het vereiste van artikel 2:15 BW: alleen besluiten die rechtsgevolgen in het leven roepen, kunnen worden aangevochten. Besluiten die de bestaande juridische toestand niet wijzigen, vallen buiten het bereik van de vernietigingsactie.

Praktisch betekent dit dat een eigenaar die wil optreden tegen een inhoudsloze bevestiging van de status-quo, de vernietigingsroute niet dient te nemen. Wil hij daadwerkelijk iets bereiken, dan zal hij een vordering moeten instellen die tot een inhoudelijk resultaat leidt, bijvoorbeeld een vordering tot aflegging van rekening en verantwoording of een actie uit onrechtmatige daad, en zal hij bovendien aannemelijk moeten maken dat de VvE door haar handelen een concrete verplichting heeft geschonden.


Voetnoten

[1] Asser/Van der Grinten & Maeijer 2-II 1997/127 en Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/292.

mr. Dennis Reijnders is mede-initiatiefnemer en redactielid van Stichting VvERecht.nl en is advocaat en partner bij AVVR Advocaten Notariaat te Utrecht (voorheen: De Advocaten van Van Riet).