Rechtbank Den Haag, voorzieningenrechter, 2 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13977
Een lid van een VvE plaatste na een conflict meer dan dertig negatieve berichten over de voorzitter van het bestuur van de VvE op Facebook. De voorzieningenrechter oordeelde dat de berichten onrechtmatig zijn en gebood het lid deze te verwijderen en verdere publicatie van gelijksoortige berichten te staken, op straffe van een dwangsom.
De feiten
De voorzitter van het bestuur van een VvE van recreatiewoningen (hierna: de voorzitter) en een eigenaar van een recreatiewoning op het park (hierna: het lid) hadden een jarenlang conflict over achterstallige VvE-bijdragen. Het lid was in de loop der jaren meerdere malen door de VvE gedagvaard om openstaande bijdragen te voldoen. In die procedures voerde het lid verweer en stelde zij onder meer dat facturen waren geantedateerd. De rechter volgde dat verweer niet en veroordeelde het lid telkens tot betaling, voor het laatst bij een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 september 2019, dat ook werd geëxecuteerd.
Begin 2021 stemde het lid ermee in dat twee VvE-leden de administratie van zowel het lid als de VvE zouden controleren. Die controle leidde tot een schriftelijke overeenkomst, door alle betrokkenen ondertekend op 2 april 2021 (hierna: de overeenkomst). Uit de overeenkomst bleek dat de betalingsachterstand van het lid in het verleden zodanig was geweest dat een incassoprocedure gerechtvaardigd was. Partijen kwamen overeen dat het geschil daarmee definitief en onherroepelijk was beslecht en dat er een streep onder werd gezet.
Op 6 oktober 2021 vond een ledenvergadering (hierna: vergadering) van de VvE plaats. Tijdens die vergadering stelde een lid een vraag over het verschil tussen twee situaties omtrent niet-betaling. De voorzitter gebruikte daarbij het woord ‘wanbetaling’ in de context van het eerder gesettelde geschil met het lid. Het lid beschouwde dit als een schending van de overeenkomst.
Vanaf 7 oktober 2021 plaatste het lid op Facebook, waar zij naar eigen zeggen ongeveer negenduizend vaste volgers en vrienden had, ten minste tweeëndertig berichten over het dispuut. De berichten bevatten beschuldigingen van oplichting aan het adres van de voorzitter persoonlijk, alsmede beledigende en bedreigende uitlatingen. De voorzitter deed aangifte van smaad, laster en bedreiging en sommeerde het lid de gedragingen te staken. Het lid gaf geen gehoor aan die sommatie, waarop de voorzitter een kort geding aanhangig maakte.
Nakoming van de overeenkomst en de grenzen van vrijheid van meningsuiting
De kern van het geschil was de vraag of het lid met het plaatsen van de berichten onrechtmatig handelde jegens de voorzitter. Het lid betoogde dat de VvE de overeenkomst had geschonden door de voorzitter op de vergadering het woord wanbetaling te laten gebruiken, zodat het lid niet langer gebonden was aan haar toezegging de kwestie te laten rusten.
De voorzieningenrechter verwierp dit betoog. De context van de uitlating over wanbetaling was cruciaal: de voorzitter was zelf niet over de betalingsmoraal van het lid begonnen, maar had het woord slechts gebruikt nadat een ander VvE-lid hem een vergelijkingsvraag stelde. Bovendien betekent wanbetaling feitelijk niets anders dan het niet tijdig voldoen van een geldvordering. Dat stond in de rechterlijke uitspraken al onherroepelijk vast. De bij de vergadering aanwezige VvE-leden waren daarvan reeds op de hoogte [1].
De voorzieningenrechter oordeelde dat de VvE de overeenkomst hiermee niet had geschonden. Maar ook als dat anders zou zijn, rechtvaardigde deze enkele opmerking niet de ontbinding van de overeenkomst, gelet op de zeer geringe betekenis ervan in de gegeven omstandigheden. Het lid bleef dus gehouden de overeenkomst na te komen [2].
Vervolgens toetste de voorzieningenrechter ten overvloede of de berichten onrechtmatig waren los van de overeenkomst. De maatstaf daarvoor is een afweging tussen het recht van de uiter op vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht van de betrokkene op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer anderzijds.
De berichten stonden vol met beschuldigingen van oplichting, terwijl het lid deze aantijging niet met feiten had onderbouwd. De beschuldigingen waren gericht tegen de voorzitter persoonlijk, terwijl de eigenlijke klacht betrekking had op de VvE als organisatie. Het lid had voor het informeren van leden andere meer aangewezen wegen kunnen bewandelen dan publicatie op een platform met vele duizenden volgers. Daarbij nam de voorzieningenrechter de bedreigende en beledigende toon van de berichten in aanmerking.[3]
De conclusie was dat het belang van de voorzitter om niet te worden blootgesteld aan lasterlijke en niet met feiten onderbouwde beschuldigingen zwaarder woog dan het belang van het lid bij handhaving van haar vrijheid van meningsuiting. Met het plaatsen van de berichten handelde het lid onrechtmatig jegens de voorzitter.[4]
De gevorderde voorzieningen en de dwangsom
De voorzieningenrechter wees de vordering tot verwijdering van de door de voorzitter aangewezen berichten grotendeels toe. Alleen het bericht dat bestond uit een e-mailbericht van het lid aan de advocaten viel buiten de toewijzing, tenzij dat bericht ook integraal online was geplaatst. Een algemeen verbod om enig bericht over de voorzitter te publiceren wees de voorzieningenrechter af: of een bericht onrechtmatig is, hangt immers af van inhoud en context.[5]
Aan de veroordeling werd een dwangsom verbonden van € 100,- per dag, met een maximum van € 10.000,-. Het lid werd tevens veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 1.425,32.
Gezien de wijze waarop de berichten van gedaagde waren geformuleerd, doorspekt met onrechtmatige uitlatingen van diverse aard, kon volgens de voorzieningenrechter niet worden volstaan met een veroordeling tot het enkel verwijderen van specifieke delen van de berichten. Ook de vordering tot het staken van de verdere openbaarmaking van berichten over eiser die van gelijke strekking zijn, werden daarom toegewezen. Gedaagde kan echter geen algemeen verbod worden opgelegd om enig bericht over eiser te publiceren
Wenk
Deze uitspraak is illustratief voor de grenzen van de vrijheid van meningsuiting in de context van interne VvE-conflicten. Die vrijheid vindt haar grens waar uitlatingen de persoonlijke levenssfeer van een bestuurder schenden, met name wanneer zij op een breed publiek platform worden geplaatst, een beschuldigend karakter hebben en niet met concrete feiten worden onderbouwd. Een VvE-lid dat zijn of haar beklag wil doen over het bestuur, heeft daarvoor geëigende wegen, zoals de vergadering, het bestuur zelf of een mediationtraject, die de voorkeur verdienen boven publicatie op sociale media.
Voetnoten
[1] r.o. 4.2-4.3.
[2] r.o. 4.4-4.5.
[3] r.o. 4.6-4.8.
[4] r.o. 4.10.
[5] r.o. 4.11-4.13.



