Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 27 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3718

Een appartementseigenaar wordt tijdens een digitale ALV van de VvE door de voorzitter uit de vergadering verwijderd wegens wangedrag. Hij verzoekt vernietiging van de tijdens die vergadering genomen besluiten, waaronder een besluit over de incassoprocedure, op grond van schending van zijn stemrecht en strijd met de wet. Zowel de rechtbank als het hof wijzen de verzoeken af. De verwijdering was terecht, het stemrecht was niet illusoir geworden omdat alternatieven beschikbaar waren, en de stemming vond plaats binnen de ALV.

De feiten

Een appartementseigenaar (hierna: de eigenaar) is eigenaar van een appartementsrecht in een gebouw waarvan een VvE is opgericht. Vanwege de omstandigheden rondom de Covid-pandemie vindt de ALV digitaal plaats via het communicatiemiddel Teams. Uit de uitnodiging blijkt dat na afloop van de digitale Teamsvergadering nog twee uur de mogelijkheid bestaat om via het vergaderportaal van de VvE digitaal te stemmen.

Tijdens de ALV van 14 december 2021 neemt de VvE een besluit tot vaststelling van een gewijzigde incassoprocedure. Voor de eigenaar heeft dit besluit tot gevolg dat zijn maandelijkse bijdrage aan de VvE met ingang van 1 januari 2022 wordt vastgesteld op € 204,96. De eigenaar stelt dat hij tijdens de vergadering meerdere malen de vraag heeft gesteld waarom hij geen inlogcode voor het digitale stemmen had ontvangen en dat de voorzitter hem om die reden digitaal uit de vergadering heeft verwijderd.

De eigenaar heeft vervolgens de rechtbank verzocht voormeld besluit nietig te verklaren dan wel te vernietigen wegens strijd met de wet, de statuten of de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank wijst de verzoeken af en veroordeelt de eigenaar in de proceskosten. In hoger beroep formuleert de eigenaar twee grieven tegen de beschikking van de rechtbank.

De verwijdering uit de digitale ALV en de geldigheid van besluiten

De eerste grief van de eigenaar richt zich op zijn verwijdering uit de digitale vergadering. Hij stelt dat de VvE hem daarmee de mogelijkheid heeft ontnomen om zijn stemrecht uit te oefenen, zodat de tijdens de ALV genomen besluiten nietig zijn dan wel vernietigd dienen te worden wegens strijd met artikel 36 van het splitsingsreglement, dat iedere eigenaar het recht geeft de vergadering bij te wonen, het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.

De VvE betwist dat de eigenaar ten onrechte is verwijderd. Zij stelt dat de eigenaar ondanks meerdere waarschuwingen herhaaldelijk en zonder toestemming het woord heeft gevoerd, waarna zijn geluid is gedempt en hij vervolgens volledig uit de vergadering is verwijderd toen hij de demping wist te omzeilen. De VvE voert voorts aan dat de eigenaar wel degelijk zijn stem had kunnen uitbrengen via een stembriefje of per volmacht en dat hij zelf heeft verklaard op de hoogte te zijn geweest van deze alternatieven.

Het hof stelt vast dat de eigenaar geen voldoende kenbare bezwaren heeft geformuleerd tegen de feitelijke stellingen van de VvE over zijn gedrag tijdens de vergadering en dat de verwijdering de eigenaar kan worden aangerekend.[1] Daarbij geldt dat de voorzitter zowel in een gewone als in een digitale vergadering bevoegd is om leden die de orde verstoren te verwijderen.[2]

Ten aanzien van de gevolgen van de verwijdering voor het stemrecht overweegt ook het hof dat de eigenaar, zelfs indien zou worden uitgegaan van de juistheid van zijn stelling dat hij geen inlogcode voor het digitaal stemmen had ontvangen, zijn stem via een stembriefje, per volmacht, per e-mail of telefonisch had kunnen uitbrengen. De eigenaar heeft ook uitdrukkelijk te kennen gegeven van deze alternatieve mogelijkheden op de hoogte te zijn geweest.[3]

Het hof concludeert dat niet kan worden vastgesteld dat de VvE de eigenaar het uitoefenen van zijn stemrecht onmogelijk heeft gemaakt. Ten overvloede merkt het hof op dat de niet-uitgebrachte stem van de eigenaar, gelet op de wegingsfactor van zijn stem afgezet tegen de gerealiseerde stemverhoudingen, in elk geval geen doorslaggevende rol bij de besluitvorming had kunnen spelen. De eerste grief faalt.

Het tijdstip van de stemming en de reikwijdte van de vergadering

De tweede grief betreft de stelling van de eigenaar dat de besluiten nietig zijn omdat de stemming niet tijdens de vergadering maar pas na afloop daarvan heeft plaatsgevonden. Uit de communicatie van de VvE zou nergens blijken dat de vergadering pas zou eindigen na het verstrijken van het twee uur durende stemtijdslot na de digitale Teamsvergadering.

Het hof verwerpt dit betoog. Het hof verwijst naar de uitnodiging van de VvE van 24 november 2021, waarin staat vermeld:

Na afloop van de teamvergadering is er nog 2 uur gelegenheid om digitaal uw stem uit te brengen via het vergaderportaal van de VvE.

Uit deze bewoording volgt, aldus het hof, uitdrukkelijk niet dat de stemgelegenheid pas begon na afloop van de vergadering. De stemmen zijn dan ook uitgebracht gedurende de vergadering en de besluiten zijn niet op grond van artikel 2:14 lid 1 BW nietig.[4]

Het vereiste van redelijk belang bij schending van de Tijdelijke wet COVID-19

Het hof voegt aan zijn oordeel toe dat, zelfs indien de digitale ALV op gespannen voet zou staan met artikel 6 lid 1 sub b van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid,[5] de eigenaar op grond van artikel 2:15 lid 3 BW had moeten aantonen welk redelijk belang hij had bij een correcte naleving van dat artikel.[6] Dit heeft hij naar het oordeel van het hof nagelaten. Ingevolge artikel 6 van de Tijdelijke wet kan worden bepaald dat het bestuur van de VvE beslist dat de leden geen fysieke toegang hebben tot de ALV, op voorwaarde dat zij uiterlijk 72 uren voor aanvang in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk of digitaal vragen te stellen.

Weliswaar blijkt uit de uitnodiging niet expliciet van die mogelijkheid, maar de eigenaar heeft niet gesteld welk belang hij had bij een correcte naleving van dit artikel in vergelijking met de door de VvE gehanteerde handelwijze, waarbij er gedurende het digitale gedeelte van de ALV volop gelegenheid was tot het stellen van vragen. Ook op deze grond kunnen de besluiten niet worden vernietigd.

De toezending van stukken en het risico van eigen keuzes

Bij antwoordakte stelt de eigenaar tot slot dat hij de door de VvE overgelegde stukken nimmer heeft ontvangen. Het hof overweegt dat de eigenaar zelf heeft verzocht om toezending van stukken uitsluitend per fysieke post, in plaats van digitaal zoals alle overige leden. Dit maakt het achteraf vaststellen van welke stukken zijn verzonden en ontvangen vanzelfsprekend lastiger. Nu dit een gevolg is van de door de eigenaar zelf gekozen verzendwijze, dienen de hieraan verbonden complicaties voor zijn rekening en risico te blijven.[7]

Op grond van het voorgaande bekrachtigt het hof de beschikking in eerste aanleg. De eigenaar wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de VvE in hoger beroep.

Wenk

Deze uitspraak leert dat het verwijderen van een lid uit een digitale ALV op zichzelf niet tot nietigheid of vernietigbaarheid van de genomen besluiten leidt, mits de voorzitter daarvoor een gegronde reden heeft en het lid nog over voldoende alternatieven beschikt om zijn stemrecht uit te oefenen. Wanneer een eigenaar terecht uit de vergadering is verwijderd en weet dat hij via een stembriefje, per volmacht of op andere wijze kan stemmen maar van die mogelijkheid geen gebruik maakt, kan hij niet met succes klagen over aantasting van zijn stemrecht.

Praktisch relevant is verder de overweging over de reikwijdte van de ALV bij hybride of volledig digitale vergaderingen. Een tijdslot voor digitaal stemmen dat aansluit op de digitale vergadering maakt deel uit van de ALV, mits dit voor de leden voldoende kenbaar is uit de uitnodiging. VvE-besturen doen er verstandig aan dit in de uitnodiging helder te formuleren om discussie achteraf te voorkomen.

Tot slot onderstreept het hof dat een lid dat zelf kiest voor een afwijkende behandeling (zoals uitsluitend papieren toezending van stukken) de nadelen van die keuze niet op de VvE kan afwentelen. Wie afwijkt van de standaardprocedures draagt daarmee in beginsel ook het risico van de daarmee samenhangende complicaties.


Voetnoten

[1] r.o. 4.7.
[2] r.o. 4.7, onder verwijzing naar Kamerstuk 35434 (vergaderjaar 2019-2020), nr. 3 (Memorie van toelichting bij de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid), p. 9.
[3] r.o. 4.7.
[4] r.o. 4.8.
[5] Artikel 6 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid.
[6] r.o. 4.9.
[7] r.o. 4.10.