Rechtbank Overijssel (Kantonrechter, Zittingsplaats Almelo), 19 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2784

Eigenaren van bungalows op een recreatiepark zijn gehouden een parkbijdrage te betalen aan de Boek 2 VvE, ook wanneer zij geen lid zijn van die VvE. Dat staat vast na een tussenvonnis van 17 februari 2026. In dit eindvonnis beantwoordt de Rechtbank Overijssel de vervolgvraag: hoe hoog is die bijdrage voor niet-leden? De parkbijdrage voor niet-leden wordt gelijkgesteld aan de bijdrage die leden betalen, verminderd met de kosten van het tuinonderhoud dat zij zelf verzorgen en verminderd met de zuivere lidmaatschapskosten van de VvE.

De feiten

Op een recreatief bungalowpark is een VvE actief die zorgdraagt voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke voorzieningen en infrastructuur. Twee eigenaren van bungalows (hierna: de bungaloweigenaren) zijn geen lid van de VvE. Zij behoren tot een kleine minderheid van eigenaren die hun bungalow permanent bewonen, terwijl de overgrote meerderheid van de eigenaren recreatief gebruik maakt van het park. Als niet-leden verzorgen de bungaloweigenaren zelf het onderhoud van de tuin rondom hun bungalow.

De VvE sprak de bungaloweigenaren aan voor een jaarlijkse parkbijdrage. Zij weigerden te betalen. Bij tussenvonnis van 17 februari 2026 oordeelde de kantonrechter dat de bungaloweigenaren desondanks een parkbijdrage verschuldigd zijn. Na dat tussenvonnis heeft de VvE een akte ingediend over de hoogte van de parkbijdrage voor niet-leden, voorzien van een offerte voor tuinonderhoud en een concept van haar jaarrekening. De bungaloweigenaren hebben hierop bij antwoordakte gereageerd. Dit eindvonnis beslist over de hoogte van de bijdrage.

De betalingsplicht ongeacht het lidmaatschap

De kantonrechter wijst de gevorderde verklaring voor recht toe. De bungaloweigenaren zijn als eigenaren van een bungalow op het park gehouden een jaarlijkse parkbijdrage te betalen voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke voorzieningen en infrastructuur, ongeacht het feit dat zij geen lid zijn van de VvE.[1] Voor de motivering van deze conclusie verwijst de kantonrechter naar het (niet gepubliceerde) tussenvonnis.

Daarbij wijst de kantonrechter er met nadruk op dat de bungaloweigenaren als niet-leden geen inspraak hebben in de besluiten van de VvE over welke voorzieningen op het park al dan niet gemeenschappelijk zijn en waarvoor alle eigenaren moeten meebetalen.[2]

De berekening van de parkbijdrage voor niet-leden

Het uitgangspunt is dat de parkbijdrage voor de bungaloweigenaren gelijk is aan de bijdrage die leden van de VvE jaarlijks betalen. Op dat bedrag worden twee categorieën aftrekposten in mindering gebracht.[3]

Tuinonderhoud

De eerste aftrekpost betreft het tuinonderhoud. Niet-leden verzorgen zelf het maaien van het gras rondom hun bungalow en worden daarvoor door de VvE gecrediteerd. De kantonrechter sluit aan bij eerdere gerechtshofuitspraken over de omvang van dat onderhoud. Het gaat om ‘het maaien van het gras rondom de bungalows, dus niet alleen de achtertuin(en)’. Op basis van een door de VvE ingebrachte offerte bedragen de totale kosten van het tuinonderhoud € 4.500,00 per jaar. Gedeeld door 35 eigenaren resulteert dat in een aftrek van € 128,57 per eigenaar per jaar.

Zuivere lidmaatschapskosten

De tweede aftrekpost betreft de zuivere lidmaatschapskosten. De kantonrechter kwalificeert vier categorieën kostenposten uit de jaarrekening van de VvE als zuivere lidmaatschapskosten:

  • administratie- en advieskosten (waaronder accountantskosten);
  • kantoorkosten (waaronder contributies en abonnementskosten),
  • verkoopkosten (waaronder reclame en advertenties); en
  • algemene kosten (waaronder bankkosten, beveiliging, verzekeringen en belastingen).[4]

Als niet-leden hoeven de bungaloweigenaren voor deze kosten niet bij te dragen.

Op basis van deze berekening worden de gevorderde parkbijdragen over 2024 en 2025 onder aftrek van voormelde kosten toegewezen. De kantonrechter bepaalt bovendien dat dezelfde berekeningsmethode van toepassing is op de vaststelling van de parkbijdrage voor de bungaloweigenaren in 2026 en latere jaren.

Wenk

In tegenstelling tot een Boek 5 VvE bij een splitsing in appartementsrechten waarbij een appartementseigenaar van rechtswege lid is (art. 5:125 BW) kan een lid van een Boek 2 VvE wel het lidmaatschap wel opzeggen. Die bevoegdheid volgt uit artikel 2:35 BW. Zie in dat kader ook Hoge Raad 7 september 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BA9708)

Deze uitspraak bevestigt wederom dat eigendom van een bungalow op een recreatiepark een betalingsverplichting voor het beheer van de gemeenschappelijke voorzieningen kan meebrengen, ook wanneer de eigenaar geen lid is van de Boek 2 VvE.

De berekeningsmethode die de kantonrechter hanteert, heeft praktische betekenis voor vergelijkbare situaties. Op de bijdrage van het lid worden twee categorieën in mindering gebracht:

  • de kosten van werkzaamheden die de niet-leden zelf verrichten (in dit geval tuinonderhoud); en
  • de kosten die uitsluitend samenhangen met het lidmaatschap als zodanig (administratie- en advieskosten, kantoorkosten, verkoopkosten en algemene kosten.

Daarmee biedt deze uitspraak een bruikbaar kader voor de berekening van de parkbijdrage in gevallen waarin een eigenaar geen lid is van de Boek 2-VvE, hoewel dit in de praktijk mede zal afhangen van het samenstel van de rechten en verplichtingen die aan de eigendom van de recreatiewoning zijn verbonden en niet uitsluitend van het enkele lidmaatschap van de vereniging.


Voetnoten

[1] r.o. 2.3. Tussenvonnis kantonrechter, 17 februari 2026 (niet gepubliceerd).
[2] r.o. 2.2.
[3] r.o. 2.4.
[4] r.o. 2.6.