Rechtbank Den Haag, 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15901
Drie appartementseigenaars verzoeken vernietiging van besluiten die zijn genomen tijdens een algemene ledenvergadering (ALV) op 16 december 2025. Zij stellen dat de Vereniging van Eigenaars (VvE) hen feitelijk de toegang heeft ontzegd door hun aanwezigheid afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat zij geen geluidsopnames zouden maken. De kantonrechter oordeelt dat het besluit tot opnameverbod niet in strijd is met de wet maar slechts met een persoonlijk recht, en dat dit besluit onherroepelijk is geworden nu het niet tijdig is aangevochten. De tijdens de vergadering genomen besluiten zijn daarmee niet nietig. De heimelijke geluidsopname als bewijs ter betwisting van de notulen.
De feiten
Tijdens een ALV op 17 februari 2025 besluit de VvE dat geen (geluids)opnames meer mogen worden gemaakt van haar vergaderingen. Dit besluit is niet binnen de termijn van artikel 5:130 BW ter vernietiging aan de kantonrechter voorgelegd.
Op 16 december 2025 vindt opnieuw een ALV plaats. De voorzitter herinnert de leden aan het opnameverbod. Een van de eigenaars geeft aan opnames te willen blijven maken, wat tot commotie leidt. Omdat meerdere leden niet onder deze omstandigheden willen vergaderen en de eigenaar de opname niet wil stopzetten, stelt een lid voor de vergadering in haar appartement voort te zetten. De betrokken eigenaars worden daartoe uitgenodigd op voorwaarde dat zij geen geluidsopnames zouden maken. Zij weigeren aan deze voorwaarde te voldoen, waarna de vergadering wordt geschorst en door de overige leden elders wordt voortgezet.
Tijdens de voortgezette vergadering worden meerdere besluiten genomen, waaronder het besluit om de VvE-beheerder niet aansprakelijk te stellen en de procedure bij de Raad van Arbitrage (RvA) voorlopig op te schorten. Hier wordt hieronder niet nader op ingegaan.
Het opnameverbod als grond voor toegangsweigering
De eigenaars stellen dat de VvE hen feitelijk de toegang tot de ALV heeft ontzegd door hun aanwezigheid afhankelijk te stellen van een onrechtmatige voorwaarde dat zij geen geluidsopnames zouden maken. Dit is volgens hen in strijd met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en artikel 5:127 lid 1 BW, dat alle appartementseigenaars toegang tot de vergadering van eigenaars garandeert. Dit zou volgens de appartementseigenaars vernietigbaarheid of nietigheid als gevolg moeten hebben.
De VvE betwist dat de toegang is ontzegd. De eigenaars waren welkom, mits zij zich hielden aan het besluit van 17 februari 2025 door geen geluidsopname te maken.
De kantonrechter stelt voorop dat de AVG geen wettelijke bepaling bevat die specifiek voorschrijft dat een gesprek of vergadering mag worden opgenomen.[1] Het uitgangspunt van de wet is juist dat opnemen niet is toegestaan, omdat dit in strijd is met de privacy van de ander. De AVG regelt uitsluitend onder welke omstandigheden opnemen toch niet in strijd is met de wet. Het opnemen van een vergadering is daarmee een persoonlijk recht van de eigenaars dat onder bepaalde omstandigheden is toegestaan, maar geen wettelijk recht. Het besluit van 17 februari 2025 is dus niet in strijd met de wet, maar hooguit met een persoonlijk recht van de eigenaars.[2]
Persoonlijke rechten van VvE-leden kunnen tijdens een ALV worden ingeperkt. Om een dergelijk besluit aan te kunnen tasten moet echter binnen dertig dagen na bekendwording ter vernietiging, zo volgt uit artikel 5:130 BW. Nu de eigenaars dit niet hebben gedaan, is het besluit onherroepelijk geworden.[3] De voorwaarde die aan de eigenaars is gesteld om de vergadering bij te wonen, vloeit rechtstreeks voort uit dit onherroepelijke besluit. Er moet worden uitgegaan van de redelijkheid ervan, aldus de kantonrechter. Hierdoor is van een toegangsontzegging geen sprake en de tijdens de vergadering van 16 december 2025 genomen besluiten zijn daarom niet nietig.[4]
De kantonrechter voegt hieraan toe dat de eigenaars er zelf voor hebben gekozen de vergadering niet bij te wonen, terwijl de toegang hun niet was ontzegd. Het niet kunnen uitoefenen van stem- en spreekrecht is dan ook een gevolg van hun eigen keuze en kan niet aan de VvE worden tegengeworpen.[5]
Heimelijke geluidsopname een bewijsmiddel?
Op de vergadering van eigenaars van 17 februari 2025 zijn ook de notulen van de vergadering van 30 juni 2025 bij besluit vastgesteld. De eigenaars stellen dat de door de notulen van de ALV van 30 juni 2025 diverse onjuistheden bevatten. Uit geluidsopnames van de vergadering zou blijken dat de notulen afwijken van hetgeen daadwerkelijk is besproken. Het gaat daarbij volgens de appartementseigenaars om ernstige en financieel relevante onjuistheden, zodat de VvE in redelijkheid niet met de door de VvE-beheerder opgestelde versie kon instemmen.
De kantonrechter verwerpt dit standpunt. De eigenaars hebben niet concreet aangegeven op welke punten de notulen niet correct weergeven wat er tijdens de vergadering is gezegd en besloten.[6] Voor zover zij dat al gedaan hebben, kan dit niet worden beoordeeld, omdat zij de geluidsopname niet hebben overgelegd. De VvE heeft bovendien in redelijkheid de alternatieve versie van de eigenaars terzijde kunnen schuiven, omdat deze is gebaseerd op geluidsopnames die de eigenaars volgens het besluit van 17 februari 2025 niet hadden mogen maken.[7]
De overige besluiten (benoeming nieuwe VvE-beheerder, vaststelling begroting 2026, mandatering voor de stemming in de Hoofd VvE) blijven eveneens in stand. De eigenaars hebben niet onderbouwd waarom deze besluiten in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid en hebben uitsluitend verwezen naar de toegangsweigering als totstandkomingsgebrek. Nu van een dergelijke weigering naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is geweest, bestaat geen aanleiding voor vernietiging.
Wenk
Deze uitspraak laat zien dat een VvE-besluit waarbij geluidsopnames van vergaderingen worden verboden niet zonder meer nietig is. Wie meent dat een dergelijk besluit zijn rechten als appartementseigenaar ontoelaatbaar beperkt, zal tijdig de vernietiging daarvan moeten verzoeken. Gebeurt dat niet, dan kan het besluit in een latere vergadering als uitgangspunt dienen en kan naleving daarvan als voorwaarde voor deelname aan de vergadering worden gesteld. Een lid dat vervolgens weigert zich aan dat besluit te houden, loopt het risico dat het niet deelnemen aan de vergadering voor zijn eigen rekening komt.
Ten slotte verdient het geluidopnameverbod aandacht in relatie tot de bewijsvoering over notulen. Opnames die zijn gemaakt in strijd met een onherroepelijk VvE-besluit kunnen, zo blijkt uit deze uitspraak, niet worden ingezet ter onderbouwing van stellingen over de inhoud van een vergadering.
Voetnoten
[1] r.o. 4.3.
[2] r.o. 4.3.
[3] r.o. 4.4.
[4] r.o. 4.4.
[5] r.o. 4.20.
[6] r.o. 4.17.
[7] r.o. 4.17.



